In 2024 was de levensverwachting van Nederlandse vrouwen 83,3 jaar. Die van mannen? 80,5 jaar. Die kloof van bijna drie jaar klinkt misschien niet groot, maar hij vertaalt zich in maanden minder met je kinderen, minder pensioen genieten, minder van alles. Wat zit erachter, en hoeveel ervan is te veranderen?
Biologie speelt een rol, maar minder dan je denkt
Een deel van het verschil is inderdaad biologisch. Vrouwen hebben twee X-chromosomen, waardoor schadelijke mutaties op één X-chromosoom door het tweede worden gecompenseerd. Mannen hebben maar één X-chromosoom en zijn daarmee gevoeliger voor bepaalde genetische aandoeningen.
Oestrogeen beschermt vrouwen bovendien tot aan de menopauze tegen hart- en vaatziekten. Het verlaagt het slechte cholesterol (LDL) en houdt de bloedvaten soepeler. Mannen missen die bescherming, en dat is meetbaar in de statistieken: hart- en vaatziekten zijn veruit de grootste doodsoorzaak bij mannen in Nederland.
Maar biologische factoren verklaren hooguit één jaar van dat verschil. De rest is gedrag.
Roken, drinken en risicogedrag
Historisch gezien was roken de grootste boosdoener. In de tweede helft van de twintigste eeuw rookten veel meer mannen dan vrouwen, met als gevolg meer sterfte door longkanker, COPD en hartziekten. Die ongelijkheid werkt nog altijd door in de sterftecijfers van oudere generaties.
Alcohol is een andere factor die zwaar weegt. Mannen drinken gemiddeld meer dan vrouwen, en overmatig alcoholgebruik is direct gekoppeld aan leverschade, hartproblemen en verschillende vormen van kanker. De impact van alcohol op de gezondheid van mannen gaat dieper in op wat dit concreet met je lichaam doet op de lange termijn.
En dan is er het patroon van risicogedrag: mannen zijn overbevolkt in verkeersongevallen, geweldstatistieken en zelfdoding. Niet omdat dit biologisch is bepaald, maar omdat mannen vaker de neiging hebben risico's te bagatelliseren.
Mannen gaan te laat naar de dokter
Een van de sterkste voorspellers van vroegtijdig overlijden is simpelweg: te laat aan de bel trekken. Mannen bezoeken de huisarts minder frequent dan vrouwen en wachten gemiddeld langer voordat ze met klachten naar een specialist gaan.
Klachten worden weggeredeneerd. Vermoeidheid is een drukke periode. Kortademigheid is slecht geslapen. Pijn op de borst is te hard geholpen met de klus. Tegen de tijd dat sommige mannen eindelijk binnenstappen, is een behandelbare aandoening soms al een serieus probleem geworden.
Preventieve zorg maakt het grootste verschil. Bloeddruk, cholesterol, bloedsuiker, PSA-waarden: het zijn allemaal metingen die vroegtijdige signalen geven van aandoeningen die uitstekend te behandelen zijn als je er op tijd bij bent. Hoe je als man die drempel naar preventieve zorg verlaagt, lees je in ons stuk over preventieve gezondheidszorg voor mannen.
Hart- en vaatziekten zijn nog altijd de grootste killer
Ondanks decennia van voorlichting blijven hart- en vaatziekten de nummer één doodsoorzaak bij mannen in Nederland. Hoge bloeddruk en te hoog cholesterol zijn wijdverbreid, goed meetbaar en goed behandelbaar, maar alleen als je weet dat je ze hebt.
Volgens het CBS gaan vrouwen vaker naar de dokter dan mannen, zelfs als ze gemiddeld gezonder zijn. Dat betekent dat vrouwen meer preventieve diagnoses krijgen, eerder in behandeling gaan en langer leven als resultaat. Mannen gaan pas naar de dokter als er echt iets mis is, en dat moment komt soms te laat.
De ironie is dat juist de ziekten waar mannen het vaakst aan bezwijken, uitstekend te behandelen zijn als ze vroeg worden ontdekt. Hoge bloeddruk? Een pil per dag. Hoog cholesterol? Medicatie en aanpassingen in voeding. Het probleem zit niet in het behandelaanbod, maar in het moment waarop mannen dat aanbod bereiken.
Wat hormonen hiermee te maken hebben
Testosteron speelt een dubbelzijdige rol. Enerzijds ondersteunt het spiermassa, botdichtheid en energieniveau. Anderzijds draagt een hoog testosteronniveau historisch bij aan meer risicogedrag en een lager gebruik van medische zorg. Lage testosteronwaarden, die bij mannen boven de dertig geleidelijk dalen, zijn dan weer gelinkt aan hartproblemen, vermoeidheid en een slechtere weerstand. Zo houd je testosteron op peil na je dertigste legt uit welke factoren je zelf kunt beïnvloeden.
De wisselwerking tussen hormonen en gezondheidsgedrag is complex, maar het patroon is duidelijk: mannen die hun hormoonbalans in de gaten houden, gezonder eten en regelmatig bewegen, scoren structureel beter op cardiovasculaire risicofactoren.
Drie jaar verschil is geen lot
Het goede nieuws: de kloof in levensverwachting tussen mannen en vrouwen is de laatste decennia kleiner geworden, en dat was niet dankzij biologie. Minder roken, iets gezonder eten, betere behandeling van hartziekten: het heeft meetbaar effect gehad.
Die drie jaar is geen vaststaand lot. Het is een gemiddelde dat gestuurd wordt door keuzes die je dagelijks maakt. Ga één keer per jaar naar de huisarts voor een check-up. Laat je bloeddruk meten als je dat al te lang hebt uitgesteld. Kijk eerlijk naar je alcoholgebruik. Beweeg consistent, niet voor de spiegel maar voor je hart.
De statistiek zegt drie jaar. Jij bepaalt of die voor jou geldt.